Uitleg bij onderzoek naar waardering

Hier vindt u de uitleg bij deze pagina. Kies het onderwerp waarover u meer wilt weten.

Welke kanttekeningen horen bij dit artikel?

Tot hier pleit alles voor de stelling dat waardering ertoe doet. Een eerlijke analyse vraagt echter ook om de argumenten die er tegenin gaan. Die zijn niet gering, en ze verklaren waarom veel beleggers en adviseurs vasthouden aan het adagium “tijd in de markt”. Drie bezwaren wegen het zwaarst.

Waardering voorspelt het rendement, niet het moment. Een hoge CAPE zegt iets over het gemiddelde rendement over tien jaar, maar niets over wanneer een correctie begint. Markten kunnen jarenlang duur blijven. Wie eind jaren negentig vanwege hoge waarderingen uitstapte, miste nog een forse laatste koersstijging. Bovendien laten Goyal en Welch (2008) zien dat veel waarderingsmaatstaven buiten de onderzochte steekproef aanzienlijk minder voorspellend zijn dan erbinnen.

Het gemiddelde zelf kan verschuiven. De stelling veronderstelt een stabiel langjarig gemiddelde om naar terug te keren. Lagere rente, gewijzigde boekhoudregels en een groter gewicht van winstgevende technologiebedrijven kunnen echter een structureel hogere waardering rechtvaardigen. Siegel (2016) betoogt dat de CAPE daardoor het huidige risico deels overschat. De grafiek laat dat ook zien: sinds de jaren negentig lag de CAPE vrijwel voortdurend boven het niveau van de top van 1966.

Uitstappen heeft een prijs. Onderzoek naar marktontiming laat zien dat volledig in- en uitstappen op basis van waardering historisch weinig opleverde (Asness, Ilmanen en Maloney, 2017). Wie wacht op een goedkopere markt, loopt het rendement mis dat intussen wel wordt behaald. Een bescheiden aanpassing van het risicoprofiel bleek beter te verdedigen dan een alles-of-niets-beslissing.

Deze bezwaren weerleggen de centrale stelling niet, maar begrenzen haar. Waardering is een maatstaf voor verwachtingen en risico, geen signaal om de markt te verlaten. De keuze is daarom niet die tussen volledig belegd blijven en volledig uitstappen. Daartussen ligt een breed scala aan mogelijkheden om het neerwaartse risico te beperken.

Waar komen de gegevens en bronnen vandaan?

Dit artikel is geïnspireerd op de aangeleverde publicatie van David Bird (@ASX__Trader), Markets don’t crash. They mean revert., gedateerd 16 oktober 2026. De grafiek is afkomstig uit die publicatie. De uitwerking, de literatuurverwijzingen, de bespreking van de tegenargumenten en de koppeling met kwadrantbeleggen en Regime Compass zijn onze eigen.

Asness, C., Ilmanen, A. en Maloney, T. (2017). Market Timing: Sin a Little. Journal of Investment Management, 15(3).

Campbell, J.Y. en Shiller, R.J. (1988). Stock Prices, Earnings, and Expected Dividends. Journal of Finance, 43(3).

Campbell, J.Y. en Shiller, R.J. (1998). Valuation Ratios and the Long-Run Stock Market Outlook. Journal of Portfolio Management, 24(2).

Fama, E.F. en French, K.R. (1988). Permanent and Temporary Components of Stock Prices. Journal of Political Economy, 96(2).

Goyal, A. en Welch, I. (2008). A Comprehensive Look at the Empirical Performance of Equity Premium Prediction. Review of Financial Studies, 21(4).

Poterba, J.M. en Summers, L.H. (1988). Mean Reversion in Stock Prices: Evidence and Implications. Journal of Financial Economics, 22(1).

Siegel, J.J. (2016). The Shiller CAPE Ratio: A New Look. Financial Analysts Journal, 72(3).

Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen persoonlijk beleggingsadvies. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Beleggen brengt risico’s met zich mee, waaronder het verlies van (een deel van) de inleg.

Bij de grafiek: vóór de introductie van de S&P 500 in 1957 betreft de lange historische reeks een voorganger of gereconstrueerde reeks. De grafiek toont koersontwikkeling, geen totaalrendement inclusief herbelegde dividenden.