Tussen grofweg 1990 en 2020 waren de omstandigheden voor veel traditionele portefeuilles uitzonderlijk gunstig. Inflatie bleef meestal beheersbaar, rentes daalden lange tijd en globalisering hielp kosten laag te houden. Daardoor kon een vaste mix van aandelen en obligaties jarenlang goed werken. Obligaties boden bovendien vaak tegenwicht wanneer aandelen daalden.
Rond 2020 begon dat beeld te veranderen. Corona verstoorde productieketens en bracht, samen met grote steunmaatregelen, de inflatie terug. Daarna zorgden oorlog en geopolitieke spanningen voor extra druk op energie, voedsel en handel. Tegelijkertijd werd het voordeel van globalisering minder vanzelfsprekend.
Ook ontwikkelingen die al veel langer spelen, zoals vergrijzing, hoge overheidsschulden en krapte op de arbeidsmarkt, zijn inmiddels nadrukkelijker van invloed. Daardoor bewegen groei, inflatie en rente minder voorspelbaar dan in de decennia daarvoor.
