Uitleg bij de Europese modelportefeuille

Hier vindt u de uitleg bij deze pagina. Kies het onderwerp waarover u meer wilt weten.

Wanneer is de Europese variant gestart?

De hoofdportefeuille van Regime Compass luidt in Amerikaanse dollars. Vanuit dezelfde aanpak van kwadrantbeleggen bieden we sinds juli 2024 ook een Europese ETF-variant aan. Deze is ontstaan naar aanleiding van de vraag van beleggers die in euro’s of met valuta-afdekking naar de euro willen beleggen.

We tonen deze Europese variant uitsluitend ter illustratie en informatie, met een eigen samenstelling en eigen resultaten. De dollarportefeuille blijft het uitgangspunt van Regime Compass.

De Europese variant is in juli 2024 gestart zonder voorafgaande backtest, omdat niet alle gebruikte ETF’s in eerdere perioden beschikbaar waren. De getoonde reeks begint daarom in juli 2024 en bevat geen resultaten van vóór de start.

Hoe wordt met valuta-afdekking omgegaan?

Sinds de start in juli 2024 kiezen we waar mogelijk voor beleggingen in euro’s of ETF’s waarvan het valutarisico naar de euro is afgedekt (EUR hedged). Waar een passend alternatief ontbreekt, gebruiken we ook ETF’s die in euro’s worden verhandeld, maar blootstelling aan de Amerikaanse dollar behouden. Een notering in euro’s betekent dus niet automatisch dat het dollarrisico is afgedekt. We streven ernaar dit risico zo veel mogelijk te beperken; de Europese portefeuille is niet volledig vrij van valutarisico.

Hoe leest u de rendementen en de vergelijking?

2024: juli–december; 2025: volledig jaar; 2026: januari–september. Periodes worden samengesteld door de maandelijkse groeifactoren te vermenigvuldigen. Berekend uit de aangeleverde maandcijfers, afgerond op één decimaal; hierdoor kunnen verschillen ontstaan met totalen op basis van niet-afgeronde gegevens. Oktober 2026 is niet meegenomen.

De EURO STOXX 50 is een aandelenindex van 50 grote beursgenoteerde bedrijven uit de eurozone. De index zelf is geen ETF. Een ETF kan de index volgen. Bij de bestaande vergelijkingsreeks is geen specifieke ETF of ISIN vastgelegd; daarom noemen we geen afzonderlijk fonds. De beschikbare gegevens maken evenmin duidelijk of de vergelijkingsreeks dividend herbelegt. De grafiek is daarom geen vastgestelde vergelijking van netto ETF-rendementen. Bron voor de indexomschrijving: STOXX, EURO STOXX 50.

Hoe zijn de kengetallen berekend en wat zijn de beperkingen?

De kengetallen voor de Europese modelportefeuille zijn berekend uit 27 op één decimaal afgeronde maandrendementen, van juli 2024 tot en met september 2026. Er zijn geen resultaten vóór de start toegevoegd. Door afronding kunnen de uitkomsten afwijken van berekeningen met niet-afgeronde brongegevens. De methoden en aannames kunnen verschillen van die achter de gepubliceerde dollarstatistieken; vergelijk de ratio’s daarom niet zonder meer rechtstreeks.

Cumulatief rendement: vermenigvuldig alle maandelijkse groeifactoren en trek 1 af. Voor deze reeks is de groeifactor 1,458073; het cumulatieve rendement is dus (1,458073 − 1) × 100% = 45,81%.

CAGR: reken de totale groeifactor om naar een samengesteld jaarrendement: (1,458073^(12/27) − 1) × 100% = 18,25%. Dit is een omrekening van de gemeten periode, geen voorspelling.

Jaarlijkse volatiliteit: de steekproefstandaardafwijking van de 27 maandrendementen, met n − 1 in de noemer, vermenigvuldigd met √12. Uitkomst: 10,22%. Deze jaarlijkse schaling is een conventie en veronderstelt dat de maandelijkse schommelingen op deze manier kunnen worden omgerekend.

Grootste terugval op maandultimo: de grootste procentuele daling van de samengestelde portefeuillewaarde ten opzichte van de hoogste voorafgaande maandultimo. De dalingen van mei en juni 2026 geven samen (0,988 × 0,953 − 1) × 100% = −5,84%. Verliezen binnen een maand kunnen groter zijn geweest.

Risicovrije referentierente: voor Sharpe en Sortino gebruiken we een vaste aanname van 2% effectief per jaar. Dit is een rekenaanname, geen bewering dat de feitelijke risicovrije rente gedurende de hele periode 2% was. De bijbehorende maandrente is (1,02^(1/12) − 1) = 0,165158%. Van ieder maandrendement trekken we deze maandrente af. Het gemiddelde van deze maandelijkse overrendementen × 12 is 15,39588%.

Sharpe: het gemiddelde maandelijkse overrendement gedeeld door de steekproefstandaardafwijking van de maandelijkse overrendementen, vermenigvuldigd met √12. De geannualiseerde standaardafwijking is 10,22412%. De berekening is dus 15,39588 / 10,22412 = 1,51. Bron voor de definitie: William F. Sharpe, The Sharpe Ratio.

Sortino: dezelfde 2%-referentie geldt hier als minimum aanvaardbaar rendement (MAR). De neerwaartse afwijking is √[som van min(maandrendement − 0,165158%, 0)² / 27] × √12 = 5,35263% op jaarbasis. Maanden boven de referentie tellen als nul mee in deze noemer. De geannualiseerde Sortino is 15,39588 / 5,35263 = 2,88. De 2%-referentie vervangt dus de eerdere 0%-aanname. Dit is een beschrijvende, discrete berekening; een korte reeks kan neerwaarts risico sterk onderschatten. Bron voor de definitie en beperkingen: CFA Institute, The Sortino Ratio.

De rij ‘Negatieve afgesloten kalenderperiodes’ bevat twee afgesloten periodes: juli–december 2024 en het volledige kalenderjaar 2025. Beide hadden een positief rendement, zodat de tabel ‘0 van 2’ vermeldt. Het eerste tijdvak is een halfjaar en geen volledig kalenderjaar. 2026 was aan het einde van de getoonde reeks nog niet afgesloten en telt niet mee. Wanneer uitsluitend volledige kalenderjaren worden geteld, is de uitkomst 0 van 1.

De historie omvat slechts 27 maanden, van juli 2024 tot en met september 2026. Dat is te kort om stevige conclusies te trekken over toekomstig rendement en risico. De cijfers dienen uitsluitend ter illustratie en informatie; hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Historische resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

De getoonde informatie vormt geen persoonlijk beleggingsadvies. Historische resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.